Er is een moment, ergens tussen de laatste warme avond en de eerste ochtend waarop je een vest aantrekt, dat het hele internet besluit dat je huis om moet. De plaids komen tevoorschijn, de kaarsen, de vaas met droogbloemen, de kussenhoezen in een kleur die vorig jaar nog niet bestond. Ik heb daar jaren in meegedaan. Twee jaar geleden ben ik ermee gestopt, en ik denk dat het de beste beslissing was die ik voor mijn woonkamer heb genomen.
Ik zeg dat niet omdat ik het gezellig-zijn van een najaar wil afpakken. Ik zeg het omdat ik op een gegeven moment doorhad dat het ritme waarin ik mijn huis veranderde niet mijn ritme was. Het was het ritme van winkels die vier keer per jaar een nieuwe collectie moeten verkopen. Dat is hun goed recht, maar het is een bedrijfsmodel, geen woonadvies. Er is niets aan een kamer dat op 21 september ineens niet meer werkt.
Het duurde even voordat ik dat zag, want seizoensstyling voelt zo onschuldig. Het gaat om kleine dingen: een deken, wat kaarsen, een ander vloerkleedje in de hal. Los van elkaar kosten die dingen niet veel. Bij elkaar opgeteld over een paar jaar staat er bij mij op zolder een stapel dozen waar ik precies één keer per jaar in kijk, waarvan de helft van de inhoud me niets meer doet zodra ik het uitpak. Dat is het rare aan spullen die bij een seizoen horen: ze verouderen sneller dan spullen die er gewoon altijd staan.
En dan de tijd. Een zaterdag omstylen klinkt als een leuk project, en soms is het dat ook. Maar ik merkte dat ik de weken ervoor al met een half oog aan het zoeken was, en de weken erna twijfelde of het nou beter geworden was. Die achtergrondruis is waar ik het meest van heb gewonnen door te stoppen. Mijn huis is geen project meer dat vier keer per jaar in de steigers gaat. Het staat er gewoon.
Wat er wel verandert als het seizoen wisselt
Hier zit voor mij de nuance, en die is belangrijk genoeg om niet over te slaan. Er verandert wel degelijk iets aan een huis in september, alleen is het niet het meubilair. Het is het licht. In juni valt er tot laat op de avond daglicht naar binnen en heb je nauwelijks lampen nodig. In november zit je vanaf een uur of vier in kunstlicht, en dat kunstlicht bepaalt hoe elke kleur in je kamer eruitziet. Wie in het najaar het gevoel heeft dat de woonkamer somber wordt, kijkt vaak naar de bank terwijl het probleem in het peertje zit. De kleurtemperatuur van je lampen doet daar meer dan welke plaid ook, en dat is precies waar kelvin en lumen over gaan. Een paar warmere lampen vervangen kost minder dan één nieuw vloerkleed en je merkt het elke avond.
Het tweede dat verandert is hoe je de ruimte gebruikt. In de zomer eet ik buiten, staat de eettafel half leeg en zit niemand op de bank voor acht uur. Vanaf oktober is die bank het middelpunt van de dag en ligt de eettafel vol met van alles. Dat vraagt inderdaad om aanpassing, maar de aanpassing is verplaatsen, niet kopen. De leeslamp die de hele zomer nutteloos in de hoek stond mag naar de zithoek. De stoel die niemand gebruikte gaat naar de plek waar iemand hem wel gebruikt. Dat is gratis en het scheelt echt.
Het derde is temperatuur, en dat is het enige punt waarop textiel wat mij betreft zijn geld waard is. Een wollen deken over de leuning is geen decoratie, die ligt daar omdat iemand hem pakt. Het verschil met seizoensstyling is dat ik hem in mei niet opberg. Hij ligt er in juli ook, opgevouwen, en dat vind ik nog steeds prima staan.
Een huis dat het hele jaar klopt
Wat ik in de plaats heb gezet is minder spannend en veel prettiger. Ik heb geprobeerd om de basis van de kamer te laten bestaan uit materialen die in elk licht en bij elke temperatuur kloppen. Hout dat donkerder wordt in plaats van sleets. Linnen dat kreukt en daar beter van wordt. Wol, keramiek, een beetje riet. Die dingen zien er in augustus niet zomerser uit en in december niet winterser, ze zien er gewoon uit alsof ze bij het huis horen. Dat is voor mij de kern van een interieur dat rustig blijft zonder dat het kaal wordt: je kiest spullen die ouder mogen worden.
Planten doen in dat verhaal het meeste werk, want die veranderen uit zichzelf. De monstera schiet in mei een blad uit en doet in januari niets. De takken die ik in maart binnenhaal zijn in juni verdwenen. Als je per se wilt dat je huis meebeweegt met het jaar, is dat de goedkoopste en de eerlijkste manier om dat te doen. Een tak uit het park kost niets en zegt meer over september dan een oranje kussenhoes.
Ik snap dat dit niet voor iedereen opgaat. Er zijn mensen die er oprecht plezier uit halen om vier keer per jaar de kasten om te gooien, en dat plezier is een prima reden. Mijn bezwaar gaat niet over omstylen als hobby, het gaat over omstylen uit het gevoel dat je achterloopt. Dat gevoel wordt van buitenaf gemaakt en het gaat nooit over. Er komt altijd een volgende kleur, een volgende stijl, een volgend seizoen waar je huis nog niet klaar voor is.
Wie het toch leuk vindt om iets te doen als het buiten kouder wordt, kan dat prima met wat er al in huis is. Ik heb één kist op zolder staan met een handjevol dingen die ik echt bewaar, en verder haal ik in het najaar vooral spullen uit andere kamers naar de woonkamer. Een schaal van de slaapkamer, de kaarsenstandaard die de hele zomer in de kast stond, een boekenstapel die ergens anders lag. Het is dezelfde handeling als omstylen, alleen zonder bon. Dat werkt trouwens ook prima als je net begint en je huis met een klein budget wilt inrichten: je leert eerst kijken naar wat je hebt.
Wat ik onderschat had, is hoeveel rust het geeft om een kamer te hebben die niet elk kwartaal ter discussie staat. Mijn woonkamer is niet af, want dat zijn kamers nooit, maar hij is ook niet voortdurend in aanbouw. Als er iets kapotgaat vervang ik het, en dan mag dat lang duren, want ik heb geen deadline die door een collectiewissel wordt bepaald. Het enige seizoen dat mijn huis nu volgt is het licht, en dat is een seizoen waar geen winkel iets over te zeggen heeft.