Simon Akkermans: ‘Ik leef hier een vrijbuitersbestaan.’ [interview]
TV - Interviews
Geschreven door Luuk Imhann   
dinsdag, 17 april 2012 08:29
simonakkermans.jpg

Een muzikale training of opleiding heeft Simon Akkermans nooit gehad, maar hij veroverde de wereld met C-Mon & Kypski en keert nu terug als producer van Dazzled Kid, De Avonduren en Bombay Show Pig. FunkiMag sprak hem thuis en vroeg hem naar zijn jonge jaren, zijn visie op muziek en wat de toekomst nog brengt: ‘2012 is een oogstjaar.’

De tours door Amerika met C-Mon & Kypski en de lof die hij als producer ontving hebben van Simon Akkermans geen arrogant mens gemaakt. In zijn bescheiden huis, even chaotisch als dat van iedere creatieve geest, staat een kerkorgel tegenover een kast met vinyl, waar de klassieke muziek van Erik Satie de folk van Bob Dylan en cross-overhiphop van de Gorillaz afwisselt. Zijn eigen albums moeten zich er ook tussen bevinden. De stijl van de muziek waar hij van houdt varieert per album. Bijzonder gunstig voor artiesten in ons land, want Akkermans is een gewild en gevierd producer. En na de zorgvuldige songstructuren die Voicst-frontman Tjeerd Bomhof vroeg voor zijn Dazzled Kid-album en de vrije sfeer rond De Avonduren was het voor Akkermans tijd voor iets stevigs; een rockgeoriënteerde plaat. Deze kwam er in de vorm van ‘Vulture / Provider’, het debuutalbum van Bombay Show Pig. Het rockduo vroeg Akkermans vorig jaar voor de productie, waarop hij gelijk ja zei. ‘Mathias [Janmaat, gitarist en zanger] is zo’n goede liedjesschrijver. Ik was meteen enthousiast.’ Binnen een jaar heeft de producer zo drie grote releases te pakken. Tijd voor een terugblik.

Skateboards en fietsenmakers

Hoewel de muziek nu niet meer is weg te denken uit het leven van Akkermans, had het ook zomaar een andere kant op kunnen gaan. Fietsenmaker wilde hij vroeger worden: ‘Ik vond een fiets een tof ding. Ik heb heel veel gefietst vroeger, en de geur van een fietsenwinkel sprak me heel erg aan. De geur van bandenplaksel en rubber, en zo’n man met zijn stofjas met de fiets aan een ketting. Ik heb er even van gedacht: dat wil ik later worden. Ik vind het ook nog steeds een mooi beroep. Als ik morgen door de bliksem getroffen word en ik niet meer weet wie ik ben, dan zou ik mijn leven als fietsenmaker voortzetten.’ Het is niet zomaar een anekdote; muziek maken kwam pas veel later in het leven van de producer om de hoek kijken: ‘Ik was altijd op straat aan het spelen. Vooral veel aan het skateboarden, daar ben ik heel erg verslaafd aan geraakt. Kypski en ik gingen zelfs naar het buitenland ervoor. Als we dan ’s avonds terug kwamen van het skateboarden, maakten we wat muziek. Later verschoof het evenwicht pas meer naar muziek toe. Ik werkte toen ook bij een skateboardzaak in Utrecht, E-Zone, en die baas zei dat we gewoon een plaat moesten maken. Vinyl. De allereerste 12-inch van C-Mon & Kypski is op het label van die winkeleigenaar uitgekomen, DexDexter. Dat had hij naar zijn zoon vernoemd. Voor ons was het een droom; je eigen muziek op vinyl.’

Terwijl Akkermans praat, zoekt hij in een kast naar het fysieke bewijs en overhandigt me de plaat. De trotse blik van de producer moet nauwelijks hebben ondergedaan dan van de jongen die voor het eerst zijn eigen muziek in handen kreeg. Des te meer misschien, omdat hij geen enkele muzikale opleiding heeft gehad, en in alle eerlijkheid toegeeft dat hij geen enkel instrument bespeelt: ‘Ik heb alleen een beetje gedrumd vroeger. Ik vond drummen nog wel vet, maar ik wilde eigenlijk alleen maar hiphop beats spelen. Ik heb nooit de ambitie gehad om een instrument heel goed te leren beheersen. Ik wilde ook niet oefenen; ik wilde gewoon muziek opnemen en klooien.’



Een logische stap van een jongen die ‘iets in de muziek’ wil gaan doen, is een muziekopleiding, al viel dat plan van Akkermans destijds in het water. ‘Ik werd nooit aangenomen. Ze wilden me niet hebben. Ik had ook geen theoretische bagage, en noten lezen kon ik niet. Dus werd ik naar de vooropleiding gestuurd, en zat ik daar samen met Kypski in de klas, een déjà vu van de basisschool. Maar daarna werd ik nog niet aangenomen. Ik voelde me verslagen. Ik was 17, had bedacht wat ik wilde doen, maar werd afgewezen. Nu ben ik ook blij dat ik die opleiding niet heb gedaan, want dan was ik nu niet zo eigenwijs geweest. Misschien was dat wel de reden dat ze me niet wilde hebben. Ze willen mensen die wat meer kneedbaar zijn. Ik wist misschien al te veel wat ik wilde doen.’

Ondanks zijn afwijzing bleef de producer muziek maken met kompaan Kypski. En na een blauwe maandag Communicatie en een paar jaar studie Kunst en Media Management liep die band zo goed, dat het voor Akkermans nauwelijks zin had om zich nog op school te richten. Hetzelfde jaar nog was hij aan het touren door Amerika, zo gek kan het dus lopen. ‘Wat ook mooi was, een tijdje later, ‘ vertelt Akkermans, ‘waren we met C-Mon & Kypski ons derde album aan het afmixen, Where The Wild Things Are, toen de eigenaar van de betreffende studio langs kwam. Dat bleek een leraar te zijn van de muziekopleiding, en nog wel degene die me had afgewezen. Ik heb hem ermee geconfronteerd, waarna hij zei: “Nee, nee, dat kan niet.” Toen hij zich verontschuldigde had ik mijn kleine wraakmoment. Zo’n opleiding is ook niet heilig. Ik ben het levende bewijs. Muziek is geen kwestie van iets kunnen. Het is geen ambacht, vol regeltjes. Nee, het is een kunst. Het is zoals Marcel Duchamp, die een pisbak in een museum hing en zei: “Dit is kunst.” Dat kun je als publiek begrijpen en al dan niet interessant vinden, maar het komt wel binnen.’

Epic Rainbow Unicorn

Na 10 jaar C-Mon & Kypski wilde Akkermans meer: ‘De rol van producer had ik eigenlijk daar ook al, met drie muzikanten tot mijn beschikking, maar ik wilde met andere muzikanten werken. Dan heet dat voor echte mensen opeens producer. Al veranderen er wel een heleboel dingen. Je bent echt alleen maar op het creatieve vlak bezig. Dat vond ik leuk; ik had echt zin om weer gewoon te kloten met muziek, de tijd ervoor te nemen en zonder druk een plaat te maken. Daarnaast weet ik volgens mij beter voor andere artiesten wat goed is, dan voor mezelf.’

Het rijtje namen wat vervolgens de samenwerking met de producer aanging, blinkt vooral uit in diversiteit. Het lijkt Akkermans niet uit te maken, of het nu gaat om de jazz van Wouter Hamel, de pop van Dazzled Kid, de vrije vormen van De Avonduren of de gitaarrock van Bombay Show Pig: ‘Je brengt bij iedereen wat anders. Het is geen trucje dat je op elke artiest toepast. Ik wil ook niet jaar na jaar zo doorgaan. Ik wil niet dat het een routine wordt als er een band de studio binnenkomt om een plaat te maken.’



Die studio is trouwens dan niet zomaar een gehuurde ruimte; Akkermans heeft op het terrein van Kytopia zijn eigen Epic Rainbow Unicorn Studio: ‘Ik had vroeger nooit echt een goede ruimte om te werken; altijd kleine hokken zonder daglicht. Toen Colin [Benders, aka Kyteman] met het idee van Kytopia kwam, zei ik daar graag aan mee te werken. Het kwam opeens allemaal bij elkaar. Zo zit ik opeens op een goede plek, met allemaal waanzinnige muzikanten om me heen. En dat weet je als je bij mij een plaat maakt; dan krijg je de studio erbij met alle aspecten. Apparaat voor apparaat heb ik dat bij elkaar gekocht. Zo stuit je soms op waanzinnige dingen, en bij elk ding zit ik te zoeken naar de mogelijkheden; wat kan er wel en wat klinkt er goed? Het is een zoektocht naar originaliteit, en dat kan hier. Dit is mijn speeltuin. Ik leef hier een soort vrijbuitersbestaan. Juist die dingen geven een plaat een speciaal karakter mee. En ik kan zelf bepalen met wie ik wil werken. Ik kijk gewoon of het gevoel klopt; het is heel intuïtief. Zo ga ik dit jaar niet alleen in de studio zitten. Ik vind het leuk om Bombay Show Pig verder te helpen, dus ook op het live-vlak, en alles eromheen.’

Bombay Show Pig

Het laatste project van Akkermans is wellicht voor velen nog onbekend, maar als dat aan hem ligt, zal dat snel veranderen. Op 3 mei komt de plaat ‘Vulture / Provider’ uit van het duo, bestaande uit gitarist Mathias Janmaat en drummer Linda van Leeuwen. Zonder een enkel nummer te hebben gehoord zei Akkermans toe met hun de plaat te gaan maken. ‘Dat is dus opnieuw heel intuïtief. Maar Mathias schrijft goede liedjes. Ze zijn persoonlijk, maar ook universeel, zowel in instrumentatie als tekst. Zo haal ik er andere dingen uit dan jij. Hij legt er gevoel in. Dat is een kunst op zich. En daarnaast: hoe veel akkoorden zijn er binnen de popmuziek? Maar als je toch een originele opvolging van akkoorden met een unieke melodie neerzet en je combineert dat met bijzondere teksten, dan heb je wel iets bijzonders in je hoofd.’

Waar de producer in 2011 vooral in de studio doorbracht, moet 2012 er anders gaan uitzien. ‘Dit is een oogstjaar. Ik ga me ook serieus met het label Kytopia Records bemoeien. Het is belangrijk alles rond de releases van The Kyteman Orchestra en Bombay Show Pig in goede banen te leiden, en ik ga proberen om ook in het buitenland een voet tussen de deur te krijgen. Dit soort dingen deed ik altijd al, want in een band zitten is ook nadenken over hoe je jezelf naar buiten wil presenteren. Dat is heel belangrijk. Vorig jaar heb ik me daar even van afgesloten, en nu ga ik daar met een hoop nieuwe energie weer mee verder. Ik was zo enthousiast over Bombay Show Pig; ik wil met hen ook echt naar het buitenland toe.’

Hoe langer je met Simon Akkermans praat, hoe sneller je merkt dat het bij hem weer begint te kriebelen. Praten over muziek is fantastisch, maar de producer wil merkbaar weer even de studio in, lekker klooien met zijn muziek. ‘Het is hier een vriendenclub, een ideale speeltuin vol geesten die zich niet laten beperken door commerciële targets. Er heerst hier een gevoel van vrijheid. Dat je iets kunt kiezen als je het echt leuk vindt, zonder andere drijfveren eromheen. Het is een luxepositie.



[Foto: Simon Akkermans, vanaf zijn vakantieadresje in Brazilië]
 

NIEUWSBRIEF

FACEBOOK