Wees Funki en je komt nog eens ergens. De vorige keer dat ik een artikel zo begon, was ik op bezoek bij de beste jazzgitarist van Nederland, Anton Goudsmit, en deze keer hing ik aan de lijn met Hollands' trompetmeester Eric Vloeimans. Ik sprak met hem over Kytecrash, Colin Benders, improviseren, opnemen op tape en avonturiers in de muziek.
Het maakt ook zenuwachtig, het interviewen van personen wiens muziek je vaak luistert. Eric Vloeimans (1963) is, voor zij die onder een steen leefden, jazztrompetist en verkent de muzikale hoeken van de samenleving sinds begin jaren '90. Een periode die hem veel roem en prijzen opleverden, al plaatst hij zelf direct zijn vraagtekens bij die stelling.
‘Nou, wacht even, ik ben niet alleen bekend uit de jaren ’90 hoor. Ik ben heel actief, juist vanaf 1992, en dat is eigenlijk alleen maar meer geworden. Maar ik ben vanaf 2000… shit dat weet ik eigenlijk niet meer precies, met Fugimundi [red. akoestische jazz met Anton Goudsmit en Herman Fraanje] en elektrisch werk – dat is met Gatecrash.'
De naam is gevallen. Gatecrash vormt samen met enkele leden van Kyteman's Hiphop Orchestra het project Kytecrash; de eerste vrucht uit het label van Colin Benders, Kytopia. Later deze maand volgt la Boutique Fantastique nog. Utrecht als nieuwe jazz-stad van Nederland, met zijn Kytopia studio's waar dus blijkbaar een wereldplaat kan worden opgenomen in 5 dagen tijd.
Toen hebben we elkaar gebeld en gezegd: “Misschien was dit dan toch even iets te leuk om dit nu te laten liggen.” Vloeimans heeft een wat ondeugende jongensachtige lach, alsof hij net betrapt is op het overtreden van de (muzikale) regels, maar daardoor wel een nieuw genre heeft uitgevonden. Het idee om samen met Benders een project te starten ontstond toen trombonist Bert Boeren, tevens artistiek leider van het Jazz in Duketown festival in Den Bosch, de twee heren vroeg samen iets te doen.
'Ik dacht, dat is allemaal wel leuk, maar wat zal ik daarmee gaan doen? Ik zag voor mezelf niet direct een plekje in zijn hiphoporkest, maar ik wist dat Colin mijn band Gatecrash te gek vond. Hij heeft ons een keer zien spelen op Oerol. En ik dacht: “Dat vindt hij dus leuk, dan hebben we een gemeenschappelijke deler," want ik vind mijn eigen band ook leuk, anders zou ik hem niet hebben.'
'Het gaat erom dat je alles ziet in dienst van de plaat.' 'Gatecrash is flexibel, en ik heb het er met de band over gehad, en ze zeiden: “Waarom vraag je niet of Colin gewoon wat mensen uit zijn orkest meeneemt?” Dat vond ik een hartstikke goed plan, en toen kwam hij met PAX en Niels Broos, die weer een leerling is van Jeroen (van Vliet), die hebben ook heel hoog respect voor elkaar, en toen bracht Colin ook nog Mathijn den Duijf mee, die speelt met zijn sounds en gooit wat geluiden tussendoor in de band. We hebben wat simpele dingen bij elkaar gelegd en 1 middag gerepeteerd en toen hebben we op dat grote podium, Duketown, voor 4000 man gespeeld en dat spoot van het podium af. Twee dagen daarna hebben we dat in Enschede nog een keer gedaan. Toen hebben we elkaar gebeld en gezegd: “Misschien was dit dan toch even iets te leuk om dit nu te laten liggen.” Colin wist niet wat hij na Kyteman wilde gaan doen en was ook met die studio bezig, en zei: “Zullen we niet gewoon vijf dagen plannen in de studio en dan jammen we, nemen het op en kijken we of het allemaal goed genoeg is voor een plaat.” De rest is geschiedenis.'
Weer die lach, die heel aanstekelijk werkt. Een vleugje brutaliteit dat een avonturier in de muziek moet hebben en een avonturier moet je zijn wil je met 7 anderen in 5 dagen tijd een plaat opnemen. Vloeimans kwam met de meeste composities aanzetten, maar de ruimte voor improvisatie was ruimschoots aanwezig.
‘Nou er is in alle stukken is het gemeenschappelijke deler. Als ik stukken aandraag, is het meestal gewoon een leadsheet, en dan heb ik daar gewoon wat ideeën bij, en verder – zo doe ik het altijd bij de band – laat ik het gewoon ontstaan. Ik zou wel heel veel kunnen zeggen, maar als je de mensen van de band met ideeën laat komen, dan zet je het ook niet vast. Je krijgt zo een open sfeer, waarin je iedereen bij zo’n stuk betrekt en eigenlijk kun je dan alleen maar spreken van een cumulerende factor. Dat doe ik in ieder geval. Waar alle namen bij staan, dat zijn stukjes uit jams die we gedaan hebben, gewoon maar ergens begonnen met spelen en kijken waar we uitkwamen, en toen is het interessante eruit geknipt.'
Vloeimans werkt heel anders dan Benders. 'Colin had meestal helemaal niets op papier staan, die komt dan de studio in, en die had het allemaal een beetje in zijn hoofd, wat hij dan denkt: “Speel jij een beetje dat, en ik ben een beetje naar dat op zoek”. Dat roept hij gewoon, en dan gaf hij een beetje aanwijzingen.'
'Colin zei: “Zullen we niet gewoon vijf dagen plannen in de studio en kijken of het goed genoeg is voor een plaat.” De rest is geschiedenis.'
Eric Vloeimans in een documentaire van TV Oost.
'Je kunt alles vastleggen, je kunt alles opschrijven, maar ik vind dat zelf nooit zo heel erg interessant, omdat je dan mensen vastzet in hun musicianship, en dan moeten ze ook precies doen wat jij zegt. Zo’n leider ben ik ook helemaal niet. Ik vind het veel te interessant als andere mensen zich tegen mij aanbemoeien. Ik vind dat hartstikke leuk, dan komen er vaak ideeën los, waar je zelf niet eens op gekomen was. Het is een heel prettige manier van samenwerken. Over een stuk voer je eigenlijk een gesprek met elkaar. Iedereen mag er gewoon wat over zeggen en uiteindelijk is er 1 iemand wel de baas natuurlijk.'
Kytecrash heeft vele kanten. De band wisselt tussen reggae (Ban Blijet), poëzie-jazz (Ballad for Kyte), hiphop (Tribute To The Mighty Six) en vreemde soundscapes (Nemo). Een van mijn favoriete nummers op de plaat is Sojourner. Het woord wordt vertaald als "iemand die tijdelijk op een plaats verblijft".
Hoe is het idee voor die compositie ontstaan en hoe kwam het nummer tot stand? ‘Ik moet heel eerlijk zijn: het idee voor dat nummer heb ik ook gebruikt bij de film Majesteit. Ik heb het eigenlijk voor violen geschreven, en de cello speelde de melodie. Ik vond het zo’n universeel stuk dat ik dacht: “Dit past niet alleen bij Majesteit, dit past ook bij dit stuk, dus laten we gewoon eens kijken hoe deze noten die ik hier heb uitgeschreven, hoe we dat gaan doen met deze band. Dat vond ik wel heel interessant om te doen. Wat leuk dat jij dat een favoriet nummer vindt. Wauw, leuk zeg.’
'Ik ben nooit idolaat geweest van iemand.' In het eerder genoemde nummer Nemo gebruikt Vloeimans een techniek die ook trompettisten als Nils Petter Molvaer en Arve Hendriksen gebruiken. Heeft hij deze manier van zacht spelen met veel lucht van de twee Noren? ‘Ik heb het van een man die daar nog veel eerder mee bezig was, die heet Jon Hassell, een Amerikaan, en die maakt heel veel zen-achtige muziek met Indiase invloeden zoals de tabla’s. Hij speelt met heel veel lucht, heel zachtjes. Wat dat betreft vind ik dan Nils Petter Molvaer wat minder interessant. Ik vind Arve Hendriksen interessanter, die zet ook andere mondstukken op zijn instrument. Ik noem het altijd: “Je speelt hout op koper”. Ik ben er dus wel bewust mee bezig, ja.’
Waar bij de meeste bands de goede albums een selectie zijn van tientallen nummers, is er bij Kytecrash naast de 13 nummers op de plaat slechts 1 extra nummer opgenomen dat afviel. 'Dat was een bolero. Iets wordt toch afgekeurd omdat het goed is, of minder goed werkt. Je neemt het sterkste. Het gaat erom dat je alles ziet in dienst van de plaat. De bolero was gewoon wat minder sterk, dus die hebben we er gewoon afgelaten.’
De nummers die wel goed genoeg waren, werden opgenomen in 1 take. ‘Nou, kijk, als je in een studio wordt uitgenodigd die met analoge tape werkt, dan heb je de keuze eigenlijk al gemaakt. Het grappige is: je kunt wel een beetje knippen; dan moet je gewoon rucksichtloos de schaar erin zetten. En dat is bij het eerste stuk, Party Animals, ook gebeurd. Colin heeft de rest van het stuk eraf geknipt en de 50 seconden gebruikt. Het is wat proces betreft heel lastig, maar dit is gewoon analoog opnemen. Gewoon de ouderwetse manier. Met een hele grote bandrecorder.’
'Je wordt door alles wat voorbij komt in je leven beïnvloed.' De meest bekende trompettisten zijn Miles Davis, Louis Armstrong en Chet Baker. Ik vraag Vloeimans naar zijn mening van de drie en zijn favoriet. ‘Die heb ik nooit gehad op die manier. Ik heb net zoveel naar Miles Davis geluisterd als naar Chet Baker. Naar de laatste vooral in het begin. Hij speelde wel heel knap, maar had ook wat eenvoudigere dingen gedaan, en als je niet zo goed kunt spelen ligt dat al snel binnen je bereik. Miles Davis heb ik erg bewonderd om zijn avonturen; dat hij helemaal vrij durfde te gaan, elektrisch en aan het einde van zijn carrière met een been in de popmuziek ging staan. Vond ik allemaal geweldig. Louis Armstrong is heel knap spel. Ik heb nooit zoveel met die hele oude jazz gehad, maar ik heb het wel allemaal meegenomen, omdat je het nu eenmaal studeert, en er veel informatie in zit, maar er zijn veel meer trompettisten, er is bijvoorbeeld de excellente Don Cherry; er is een hele rij, maar ik heb nooit 1 held gehad, ik heb altijd naar iedereen geluisterd en van iedereen pak je weer een stukje mee. Ik ben nooit zo idolaat geweest dat ik van 1 iemand gewoon alles na ben gaan doen.’
Je website noemt Frank Zappa tot een van de invloeden die je in je werk hebt. ‘Ja, dat heeft een journalist over mij geschreven.’
Heb je een idee hoe dat komt? ‘Nee, maar muziek is 1 grote pan soep met allemaal ingrediënten. En als je mij vraagt ben jij door Maurice Andre beïnvloed? Dan zeg ik ja. Ben ik door Zappa beïnvloed? Jazeker. Ben ik door Louis Armstrong beïnvloed? Ja. Ben je door Abba beïnvloed? Jazeker. Weetje, alles wat er voorbij komt in je leven, daar word je door beïnvloed. Dat neem je mee in je ontwikkeling, in je spel, dat zit in je cellen, dat is wie je bent en dat is hoe je spreekt. Nou ben ik wel een groot bewonderaar van Zappa. Ik heb er niet zo heel veel van geluisterd, maar ik kan het wel heel erg waarderen wat die man gedaan heeft.'
'Bij goede muziek doet de rest er niet toe.’ Zijn het dan ook zijn avonturen, wat je bij Miles Davis al noemde? ‘Daar zou ik Zappa zo bij laten aansluiten, ja. Twee grote avonturiers. Groot respect.’
Zie je jezelf ook als zo’n avonturier? ‘Nou dat is een beetje raar om dat van jezelf te zeggen. Er wordt van mij wel vaak gezegd dat ik dat ben, maar ik volg eigenlijk ook maar gewoon mijn hart en mijn neus, en overal waar je die insteekt daar doe je wat mee. Ik heb gewoon een hele grote interesse in verschillende muzieksoorten. En ik heb denk ik wel de gave om dat heel snel te transformeren naar mezelf. Ik zie mezelf niet als vernieuwer, ik zie mezelf ook niet zo, ik zou het nooit over mezelf zeggen. Ik gebruik een heleboel elementen uit muziek die ik leuk vind; dat is Eric Vloeimans. Ik ben er ook mee bezig om mijn eigen energie te volgen en gewoon Eric Vloeimans te zijn. Als mensen vinden dat dat avontuurlijk is, dan vind ik dat niet onprettig. Mensen mogen alles zeggen, natuurlijk he? Vrije wereld. Behalve Libië dan natuurlijk.’
Denk je dat Zappa en Miles Davis met een plan de avonturen hebben opgezocht, of dat ze ook gewoon hun hart hebben gevolgd en dat door anderen avontuurlijk is genoemd? Zoals mensen ook jou avontuurlijk noemen? ‘Ja, ik denk het wel dat zij ook gewoon maar gevolgd hebben wie ze zijn. Ik heb niet het gevoel dat daaraan een plan ten grondslag heeft gelegen. Ik heb weleens iemand in een interview horen zeggen die nauw met Miles Davis heeft samengewerkt: ‘He wanted the big audience!’, toen ging hij Human Nature doen, dat kan. Ik weet het niet, maar ik ben er ook niet zo geïnteresseerd in. Als het gewoon goed is, dan is het goed. Bij goede muziek doet de rest er niet toe.’
Vloeimans is een graag geziene gast op jazzfestivals, maar ook op televisie is hij soms te bewonderen. In De Wereld Draait Door speelt hij in bovenstaand filmpje een stuk trompet, ter plekke geïmproviseerd, naar aanleiding van de beroemde speech van Martin Luther King.
'Je gaat uit van het oergevoel van wat er vrijkwam bij die speech van Martin Luther King. Ik dacht: “Wat ga je hier nu mee doen?” en dan zet je de trompet aan je lippen en doe je gewoon iets. Dat heet improviseren. Dan denk je er niet zoveel over na wat het is of zou moeten zijn. Zonder vooropgezet plan.’
Opnieuw dus gewoon je hart volgen? ‘Altijd.’
Het lijkt wel de credo van elk professioneel muzikant of kunstenaar te zijn. Allen stellen het volgen van je hart of het geloven in je eigen kunnen als een van de hoogste waarden van het beroepsleven.
‘Ik ben vooral bezig met mijn innerlijke ontwikkeling. Verbeteren is wel raar, maar ik ben wel bezig met die ontwikkeling te volgen. Het is vooral luisteren en componeren. Mijn trompetspel ontwikkelt zich heel erg navenant, omdat ik met heel veel verschillende mensen op het podium sta, dus daar werk ik ook veel aan. Aan de verinnerlijking van de muziek. Ik denk dat het er op dit moment, in dit stadium van mijn leven, niet zo erg om gaat om technisch te groeien. Dat klinkt misschien raar, dan doe je alsof je alles al kunt, maar dat is niet zo. Ik ben niet zozeer bezig met 8 uur trompetspelen per dag. Ik houd gewoon heel netjes mijn niveau bij, want ik wil natuurlijk wel verder komen, al leg ik meer de nadruk op muziek an sich.’
'Uiteindelijk is er wel 1 de baas natuurlijk.' Wanneer ik Vloeimans zeg dat ik graag wil weten waar hij momenteel allemaal mee bezig is en wat we de komende tijd nog van hem kunnen verwachten, steekt hij enthousiast van wal. Minutenlang praat hij over orkesten uit het hele land, en internationale zangeressen, flamencogitaristen en accordeonisten. Overal is hij dus mee bezig; Fugimundi, Gatecrash, Kytecrash, het Metropole Orkest, het Paradiso Orchestra, Tanya Cross, Peter Masseurs en vele concerten in de kleine en grote zaal van het Concertgebouw. Op zijn website staat een hele reeks concerten, die vrijwel allen de moeite waard zijn.
Het is het enthousiasme van een muzikant die de 40 al gepasseerd is, maar nog immer een groot plezier in zijn spel naar voren brengt. Het resultaat van je hart en je neus volgen.
Waar je allemaal kan komen als je Funki bent... [Interview: Luuk Imhann met Eric Vloeimans] [Foto's: Peter Elenbaas; I Am Kat; Merlijn Doomernik] [Eindredactie: Sanne Knijff]